Groepsdruk: een sleutel tot Jeugdcriminaliteit?

Iris Nass

In onze huidige maatschappij verhardt de criminaliteit. Het geweld dat wordt gebruikt, brengt onze gehele maatschappij in gevaar, ook onschuldige burgers. Jongeren stappen op steeds jongere leeftijd in deze wereld, zonder zich ervan bewust te zijn dat criminelen hen er nooit meer laten uitstappen. Voor jongeren is crimineel geld een middel om in hun behoeften te kunnen voorzien en erbij te kunnen horen. 

Uit onderzoek blijkt dat de druk om erbij te horen (groepsdruk) is een grote oorzaak is van het gevolg dat leerlingen in de criminaliteit stappen. Hierdoor ontstond de onderstaande vraag. 

Hoe zien leerlingen van OMO in dat groepsdruk persoonlijke grenzen verlegt, waardoor crimineel gedrag kan ontstaan?

Dit proof of concept bestaat uit 3 fases en is speciaal ontworpen voor leerlingen van VWO, HAVO, VMBO en Praktijkonderwijs van OMO. Het uitvoeren van het proof of concept neemt maar een halve les in beslag. 

Fase 1: De geheime opdracht kaartjes Alleen de eerste test doen de leerlingen gezamenlijk met de hele klas of in kleinere groepjes. De leerlingen gaan in de eerste fase van de proof of concept groepsdruk ervaren. Alle leerlingen op één na krijgen een geheime opdracht van een docent. Op alle geheime opdrachten staat dat de leerlingen antwoord A moeten noemen op de eerste vraag van de docent, behalve bij één leerling. Die ene leerling krijgt de opdracht om naar eigen inzicht het goede antwoord op de vraag te geven. Deze leerling krijgt dan ook als laatste de beurt van de docent om te antwoorden op de vraag. Waarschijnlijk zal deze leerlingen ook antwoorden met antwoord A. Hierna kan de docent de klas confronteren met de groepsdruk.


Fase 2: Het groepsdruk doosje Iedere leerling krijgt een groepsdruk doosje. Deze maken ze individueel open. Met dit doosje gaan ze aan de slag met het ervaren van groepsdruk. Bij het openmaken van het doosje leert de leerling dat groepsdruk een cadeautje is, maar dat het soms ook je grenzen kan verleggen. Ze mogen de groepsdruk-test doen die in het doosje zit om erachter te komen hoever ze zouden gaan. Vakje 1: De leerling kiest een merk en leest de situatie (Je zou het merk graag willen hebben, maar kunt het niet betalen). Vakje 2: De leerling schrijft op waarom hij het merk graag zou willen hebben. Er zit ook een kaartje in om de leerling eraan te herinneren dat merken ervoor kunnen zorgen dat er onbewuste groepsdruk ontstaat. Vakje 3: De leerling dobbelt een criminele verleiding om geld te verdienen om het merk te kunnen kopen. Hier denkt de leerling over na en gaat naar vakje 4. Vakje 4: Ze mogen zelf een smiley maken bij de verleidende activiteit van vakje 3 en nadenken of ze het er dan nog steeds voor over hebben om het merk te verkrijgen.


Fase 3: Het JUST SAY NO doosje Iedere leerling krijgt een JUST SAY NO doosje. Deze maken ze individueel open. Het JUST SAY NO doosje klapt gemakkelijk open. In de binnenkant van dit doosje is de tekst gemakkelijk te lezen. De tekst informeert de leerlingen over dat je maar 1x te kans krijgt om 'nee' te zeggen tegen criminelen. Ze vinden in het doosje ook een leuke sleutelhanger met de tekst JUST SAY NO. Aan deze sleutelhanger hangt nog een klein stickertje met een boodschap, namelijk dat als je al in de criminele wereld bent beland en je er graag uit wilt, dat je dan altijd de hulp in kan roepen van jongerenwerkers. Al deze fases moeten ervoor zorgen dat de jongeren groepsdruk gaan ervaren en gaan nadenken over hoeveel impact dit op hen kan hebben waardoor ze over hun grens stappen. In dit geval denken ze na over de grens op het gebied van criminele activiteiten. Voor de docent is het belangrijk om te weten wat ze in welke fase meegeeft en verder wijst het zich vanzelf.






Contact Iris Nass Website LinkedIn Instagram Mail